Sunday, 20 May 2018

Wind in de zeilen


Broeders en zusters in Christus 

Er zijn weinig dingen frustrerender in het leven als wanneer mensen elkaar niet verstaan. De eerste mensen die hier achter kwamen waren de torenbouwers van Babel. Ze hadden gigantische ambities voor zichzelf vastgesteld, maar hoe groots je plannen ook zijn, als je elkaar niet verstaat komt er niets van terecht.

In de Bijbel, in het Oude Testament, is het verhaal van elkaar niet verstaan , het verhaal geworden van het ontstaan van de verschillende talen. Maar ook als je wel dezelfde taal spreekt, is het nog geen gegeven dat je elkaar dan wel verstaat.

Daar is meer voor nodig.

In de zondagen voor Pinksteren, in de aanloop naar en de dagen na Hemelvaart, lezen we over de leerlingen, en over wat Jezus tegen hen zegt, en je merkt dat ze er niet gerust op zijn. Jezus gaat terug naar de Vader, en wij dan? Wie let er nu nog op ons?

Je proeft, ze zijn bang om achtergelaten te worden, om aan zichzelf overgelaten te zijn. Ze moeten er nu samen uitkomen. En dat is moeilijk. Zeker als de toekomst er ingewikkeld uitziet. Zeker als alles uit jezelf moet komen.

En dan op het Pinksterfeest breekt er wat los uit de hoogste hemel. Maria en de leerlingen ontvangen kracht van Boven. De Heilige Geest.

God laat ze niet alleen, ook al is Jezus nu uit het aardse opgegaan.
De kracht om de waarheid te kennen, dat is de Geest, maar ook de kracht om die aan iedereen te vertellen – het verhaal in Handelingen draait het verhaal van Babel om. Juist als mensen proberen op te houden alles zelf te doen kunnen ze elkaar verstaan. Grenzen van afkomst en taal doen er dan niet meer toe. Daar komt iets anders voor in de plaats.

Daar lezen we over bij Paulus, wat dat is, wat voor verdeeldheid en onverstaanbaarheid in de plaats komt: “de vrucht van de Geest”, zegt Paulus, “is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingeto­genheid”

Als je leeft uit die vruchten, dan kun je je open stellen voor anderen om je heen. Als je dat doet maak je ruimte. Dan krijgt de ander ook ruimte. Dan schep je vertrouwen, zonder vertrouwen gebeurt er niks tussen mensen. Als mensen zonder vertrouwen met elkaar moeten praten komt er meestal niks van terecht, dan kun je een bibliotheek hebben vol woordenboeken en grammatica’s, je kan de slimste tolken ter wereld naast je hebben zitten. 

Maar zonder vertrouwen gebeurt er niks.

Met dat vertrouwen, dat je met mensen om je heen kan spreken over wat je het meest raakt, het meest bezielt kun je de taak van verkondiging aan, kun je de wereld in. Dan blijf je niet alleen maar op dezelfde plek maar kun je over grenzen heenkijken.

Met Pinksteren begint het werk van de Kerk pas echt. Dán is men er klaar voor.

Vergelijk het met een schip: het schip zelf, dat is de Kerk, allemaal aan boord beste mensen we gaan op reis. Zonder schip kan er niks.

Een schip heeft een kapitein nodig: Petrus, met de andere apostelen om hem heen. Zonder kapitein kom je er ook niet.

Maar de Geest, dat is de wind in de zeilen, die houdt het schip aan de gang en brengt het op de plaats van bestemming.

Als we op ons schip elke dag op nieuw de zeilen onderhouden, door ons open te stellen voor wat de Geest ons wil geven – die liefde, vreugde, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid onderhouden dan mogen we uitzien naar waar de Geest ons brengen zal.

Het avontuur aangaan

Amen.

Sunday, 13 May 2018

Mensen met een missie



Lezing: het Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 17,11b-19.

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: Heilige Vader, bewaar in uw Naam
hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij.
Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt
en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de man des verderfs, want de Schrift moest vervuld worden.
Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.
Ik heb hen uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat,
omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.
Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid.
Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld,
en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toege­wijd mogen zijn
 
Broeders en zusters,

Wat betekent het om christen te zijn? Een diepe vraag waar veel mensen mee kunnen worstelen. Er was zelfs deze week felle discussie over in de kranten, en ook de kerkleiding deed er aan mee. 

“Wat vraagt mijn geloof van mij”, “wat is het dat ik geloven moet”, “wat moet ik met de Kerk, wat is mijn rol daarin” en bovenal, of althans, ik hoor het vaak “wat moet ik doen?”

Het Evangelie van vandaag geeft ons een paar aanwijzingen waar we het antwoord mogen vinden.

Bij het voorbereiden van deze preek viel mijn oog op de zin “Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld”. Wat een rijk woord krijgen we vandaag. Er zit zoveel in. Ik wil er graag drie dingen kort even uithalen.

Ten eerste: wij zijn als christenen iets aparts, we zijn niet zomaar een bevolkingsgroep, zeker geen ethniciteit of iets dergelijks, maar we zijn als christenen samengeroepen om in de wereld  gezonden te worden. Wij zijn mensen met een opdracht van God, of misschien beter gezegd: een missie. Bij het woord ‘missie’ denken we aan het verre buitenland, of geheim agenten, die hebben ook een missie. Maar wij zijn geen geheime agenten, er is niks geheims aan wat wij doen, wij zijn openbare agenten, met een missie van God, met een opdracht die we niet zelf bedacht hebben, maar van God gekregen hebben, door Jezus Christus.   


Ten tweede: omdat wij die opdracht door Jezus van God krijgen zijn wij ook met hem verbonden. We krijgen onze missie niet op een goede dag op ons bordje geschoven om daarna aan ons lot overgelaten te worden ("deze boodschap vernietigt zichzelf in twintig seconden!"): we zijn altijd verbonden met Jezus en door hem met God. 

In gebed, in de sacramenten die wij samen vieren, als we samen komen in de Kerk, als we proberen Zijn wil te doen, dan is Hij er altijd bij. Ook als we ons eenzaam voelen mogen we ons dat voor ogen houden. Ons gevoel heeft niet het laatste woord, er is altijd iemand bij je, juist als het moeilijk gaat, als je niet meer weet hoe het verder moet met je missie, of zelfs maar met je leven. Het omgekeerde is ook het gevoel, als je vreugde voelt in je leven, er gebeuren mooie dingen waar je blij om kan zijn, dan deel je die momenten ook met Hem en Hij wil je zowel troosten als met je meegenieten, naar gelang wat het is wat je voelt. 

Ten derde: we moeten onze missie in de wereld uitvoeren. We zijn op missie, van God, in een ander gebied dan waar we vandaan komen. Wij zijn, een bekend woord, wel in de wereld maar niet van de wereld. Die woorden zijn zo bekend dat ze dooddoeners geworden zijn. Dat is jammer als een levend woord een dooddoener wordt. Dat is de bedoeling niet. 

Over deze tekst ga ik later nog eens uitvoeriger preken er is heel veel over te zeggen, dus ik laat het met één opmerking hierover.

Deze tekst, dat we in de wereld zijn, maar niet van de wereld, is onze onafhankelijkheidsverklaring. Het betekent dat wat andere mensen ook van ons vinden, we daar ten diepste niks van hoeven aan te trekken, als we maar trouw zijn aan onze missie van God. Wij vallen niet onder een ministerie van Godsdienstzaken, of onder wat de burgemeester van ons vindt. We moeten geen bezoekregeling afspreken om bij Jezus Christus te mogen zijn, dat je in de rij moet staan voor een loket voordat dat mag. Zelfs in landen waar je niet vrij je godsdienst uit mag oefenen kan niemand je verbieden om met God te praten in gebed. Ze zouden het graag willen, maar er is geen dictator die het kan!

We hebben geen toestemming nodig van wie dan ook om op missie te gaan, om met God te mogen zijn. We zijn als christenen altijd vrij om bij Jezus Christus te mogen horen. Verder zijn wie niemands eigendom.

Als we deze drie dingen beseffen: dat we mensen zijn met een missie, dat we op die missie altijd verbonden zijn met God door Jezus Christus en dat we verder ten diepste van niemand met macht, geld en aanzien afhankelijk zijn, dan zijn we er klaar voor, dan mogen we elke dag op nieuw zoeken naar kansjes – groot of klein – om iets van die missie waar te maken.

Amen.

Thursday, 10 May 2018

Op Tocht naar de Hemel


Broeders en zusters in Christus

Het oudste en belangrijkste thema in de Bijbel is het op-weg-zijn of op reis zijn. Overal in de Bijbel, in het Oude en in het Nieuwe Testament komen we mensen tegen die op pad zijn, die ergens heen gaan.

En als mensen op reis gaan dan hebben ze meestal al wat in gedachten, hun bestemming, of wat ze gaan doen als ze er zijn. Voor andere mensen is hun een reis een zalig dwalen, en de bestemming van die dag wordt die ochtend pas bepaald.

Maar alle reizen, gepland of ongepland hebben een doel. Al is het maar ontspanning, als je op vakantie bent. Er is geen reis zonder dat die een doel of een betekenis heeft.

Ik weet nu of u veel leest of niet, of misschien films kijkt, maar in de wereldliteratuur bestaan er veel voorbeelden van een apart soort reisverhaal: de kweeste.

De kweeste gaat altijd over een held of een heldin die een bijzondere taak krijgt: alleen hij of zij kan die volbrengen. De Odyssee gaat over een reis naar huis met veel gevaren, in de verhalen over Koning Arthur moeten ridders door allerlei gevaren heen op zoek naar de Heilige Graal, de kelk die Jezus gebruikt zou hebben bij het laatste avondmaal, en in The Lord of the Rings moet een kleine Hobbit een gevaarlijke ring in het vuur van een vulkaan vernietigen. 

Maar het belangrijkste van al die tochten is dat je ontdekt wie je zelf bent.  Het is niet ongevaarlijk om op reis te gaan. Je kan geen masker ophouden op die lange tocht en het spannendste moment is dát moment van ontdekking, misschien wel tijdens een grote crisis, wie je ten diepste bent. En dat is altijd spannend. Winnen van monsters, dat klinkt wel leuk, maar jezelf tegenkomen…

Het woord zegt het al een beetje jezelf tegenkomen , “ze is zichzelf nogal tegengekomen”, nou dat klinkt alsof dat toch wat moeilijkheden bracht.
En toch: je moet ergens in je leven ontdekken wie je werkelijk bent en wat je leven voor jou betekent. Daarvoor ga je op reis, iedereen is op een kweeste, dat is niet alleen maar iets voor ridders of fantasiewezens, maar voor alle mensen.

Onze reis als christenen, als parochianen zowel als vrijwilligers,  bestuursleden en pastores heeft een duidelijke reisbestemming: de Hemel. Zoals Jezus ten Hemel gevaren is zo mogen wij Hem navolgen, ook wij horen daar thuis, we leven vanuit de hoop dat de reis van ons leven van onze geboorte af daar naartoe zal gaan.

En tijdens die reis kom je jezelf af en toe behoorlijk tegen , je moet afscheid nemen van dingen die je dierbaar waren, je botst tegen moeilijkheden op, sommige problemen kun jij niet oplossen, maar je leert jezelf steeds beter kennen, je leert wie je ten diepste bent, waar je kracht ligt, je leert mensen kennen die je helpen op manieren die je zelf niet kon voorzien.

En dat moet, want het is jouw reis, jouw unieke reis naar God. Niemand voor jou heeft het op precies dezelfde manier gedaan, en niemand anders na jou zal het exact zo doen als jij. Jij bent uniek.

In de Joodse traditie zijn ook veel verhalen over reizen en ontmoetingen. Één ervan gaat over Rabbi Soesja. En het verhaal gaat dat er iemand op een dag tegen Rabbi Soesja klaagt dat hij niet genoeg op Mozes lijkt – Mozes is natuurlijk de grote profeet, het grote voorbeeld voor het leven van de gelovige jood – en Rabbi Soesja zegt dan: als ik eenmaal bij God ben, zal Hij niet zeggen: “waarom ben jij niet Mozes geweest” maar “waarom ben jij Rabbi Soesja niet geweest”

We zijn allemaal unieke mensen, we hebben allemaal onze eigen taak gekregen van God en samen zijn we geroepen om Kerk te zijn. Want hoe uniek we ook zijn, we staan er nooit alleen voor in onze reis naar God toe.

Laten we dan op weg blijven, met elkaar, op weg naar die Toekomst die God voor ons bereid heeft.

Amen.